vloeken in de kerk van Komrij
Dinsdag 13 Februari 2007 in categorie Het vaderlandsch cultuurgoed
De toestand van Gerrit Komrij verergert. Recent verklaarde hij op een bijeenkomst in de Balie over polemiek, dat hij had moeten lachen om de stukjes op 's lands populairste populistische weblog GeenStijl. "Dat is schrijven!" flatuleerde de kwabbige poëet. O, zeker schrijven kunnen ze wel, maar het impliceert dat Zijne Literaire Heiligheid blijkbaar ook genoegen schept in het seksistisch en racistisch proza met quasi-lollig sausje dat we daar veelvuldig mogen aantreffen.
Jammer, het was vele malen vermakelijker geweest wanneer hij zich in een venijnige polemiek met het weblog had gestort. Hij waagt zich er niet aan en teert gemakzuchtig op de vergane glorie van zijn eertijdse gezeik over het televisie-antiquariaat, die langgestorven relikwieën als Willy Alberti, Albert Mol en Simon van Collem. Vergeleken bij GeenStijl waren die destijds een makkie eigenlijk.
We hadden de teloorgang van Komrij natuurlijk kunnen zien aankomen. De tekenen waren daar. Zijn prestaties als Dichter des Vaderlands waren op het laatst 'tenenkrommend', om maar even z'n eigen jargon te gebruiken.
Verder bergafwaarts ging het met 'Kakafonie. Encyclopedie van de stront', een scatologische bloemlezing waarin hij alle tekstuele 'idyllen van de achterpoort' -zoals hij het noemde- bijeenbracht. Wanneer een oude schimpnicht publiekelijk zijn fecale fascinaties gaat etaleren is het einde nabij.
De literaire verzamelwoede van Komrij heeft hem roem en erkenning gebracht in de kringen van het culturele establishment. Hij won vele prijzen, waaronder de PC Hooftprijs. Komrij kritiseren is dus vloeken in de kerk. Maar dit vadsige heilige huisje in Portugal is zo langzamerhand toch echt rijp voor de sloop.
Zo goed, Gerrit?
Stem deze week nog op Verbal Jam bij de Dutch Bloggies!
| Tweet |































